Met één gebroken vleugel was het behelpen maar ik vocht.
Er was nog een lichtje, een sprankeling van hoop.
Nu is de andere vleugel gebroken en is er niks wat de moeite is.
Ik voel een donkere leegte en waar eens een sprankelend lichtje was is nu een dikke mist.
Het heeft geen zin meer er is geen nut.
Ik verdrink in de donkerheid die mij omringd en in de kilte die ik voel.
Strompelend door het leven val ik neer bij weer een berg zonder hoop.
