Waar twinkelende druppels steeds schijnen onder de maan.
En waar de kleine gouden blaadjes van een wonder schone bloem in alle schoonheid te rusten gaan. Daar woelt het kleine beertje onrustig heen en weer. Zijn warme berenvelletje en de armen van papa beer geven hem geen rust dus woelt hij heen en weer. Ook het maantje doet zijn best en laat zijn zachte manenstraaltjes schijnen op het woelige kleine beertje. En de vogeltjes tjilpen zachtjes en wonderlijk melodietjes in de hoop dat het woelige kleine beertje nu eens rustig slapen gaat. Maar het arme kleine beertje blijft maar woelen en tot ieders grote wanhoop gaat hij ook nog roepen in zijn slaap. De blaadjes van de bloempjes vallen open van de schrik en de twinkelende druppels gaan ineens stromen van verdriet. Maar papa beer houd het hoofd koel en luister naar wat het kleine beertje roept. Hij luistert en luistert en dan is daar een glimlach. Papa beer fluistert een vogeltje wat zachtjes in zijn oor. En zo snel zijn vleugeltjes kunnen vliegt het vogeltje ervan door. Verbaasd wacht een ieder in grote stilte af op wat komen gaat wat dat ook wezen mag. Geritsel van de bladeren en gestamp door het hoge gras verraad en komst van…ja wie maar komen mag. Het is het grijze konijntje wat daar tevoorschijn komt en het is ook het liefste vriendje van het kleine beertje. Papa beer vraagt het konijnen vriendje of hij wil blijven slapen want het kleine beertje roept hem omdat hij hem zo mis. En als een echte vriend gaat het konijntje stilaan liggen naast het kleine woelige beertje. Zodra hun pootjes elkaar raken komt het woelige beertje in ruste. Vriendjes horen ook altijd bij elkaar te zijn omdat dat zo fijn voelt. En iedereen kijk tevreden hoe het kleine beertje en het grijze konijntje vredig verder slapen met hun pootjes ineen..